Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Brandslanghaspels

BrandslanghaspelEen brandslang is een goede aanvulling op de brandblussers die in een gebouw aanwezig zijn. Een brandslanghaspel is een vormvaste brandslang die op een vast aangebrachte haspel is gerold en permanent is aangesloten op het waterleidingnet. Bij beginnende branden die met water kunnen worden geblust (brandklasse A) is het mogelijk met behulp van dit type brandslang het dreigende brandgevaar vertragen, totdat de brandweer aanwezig is. Uiteraard geldt ook hier de regel dat uw eigen veiligheid voorop staat; u moet nog wel veilig het pand kunnen verlaten.


Regelgeving

In het Bouwbesluit 2003 is geregeld wanneer in gebouwen brandslanghaspels moeten worden aangebracht en welk aantal. Brandslanghaspels moeten voldoen aan de norm NEN-EN 671-1. Volgens het Bouwbesluit 2003 geldt bovendien dat brandslanghaspels:

  • moeten zijn aangesloten op de drinkwatervoorziening van een gebouw
  • niet in een vluchttrappenhuis mogen liggen
  • een slang van maximaal 30 meter mogen hebben
  • een waterdruk (statische druk) moeten hebben van tenminste 100 kPa
  • een wateropbrengst (capaciteit) moeten hebben van ten minste 1,3 kubieke meter per uur (m3/h). Hierbij wordt uitgegaan van het gelijktijdig gebruik van twee brandslanghaspels die zijn aangesloten op dezelfde drinkwatervoorziening.

De juiste plaats

Het is de bedoeling dat met de brandslang(en) elk punt in een gebouw kan worden bestreken. Daarbij mag u ook rekening houden met een worplengte van de waterstraal van 5 meter.

Plaats brandslanghaspels zo veel mogelijk bij (nood)uitgangen. Degene die de brand ontdekt  kan dan eerst alarm slaan, de brand melden, controleren of er nog steeds een veilige vluchtroute is, en dan beslissen of hij nog gaat proberen de brand te blussen. Als de bluspoging niet lukt en er plotseling veel rookontwikkeling is, dan kan die persoon de uitgang vinden door eenvoudig de brandslang te volgen.

Zorg dat de slang bij gebruik niet door brand- en/of rookwerende deuren gevoerd wordt. Deze deuren moeten na gebruik vanzelf weer sluiten. In de praktijk komt dat erop neer dat er in elk brand- en of rookcompartiment voldoende brandslanghaspels aanwezig moeten zijn.

Controle, beheer en onderhoud

Brandslanghaspels moeten jaarlijks worden gecontroleerd door een instantie die is erkend op basis van de Regeling voor de erkenning van onderhoudsbedrijven kleine blusmiddelen (REOB) of een ten minste gelijkwaardige instelling. De eigenaar en/of de gebruiker van een gebouw moeten er op toezien dat de brandslanghaspels in goede staat verkeren en klaar zijn voor gebruik.

Hoe blust u?

  1. Draai eerst de hoofdkraan geheel open. De slang komt nu onder druk te staan. Controleer dit door de kraan op de spuitmond iets te openen. Probeer zo weinig mogelijk schade te veroorzaken.
  2. Rol nu de slang geheel uit richting brand. Doe dat liefst niet alleen, maar met meerdere personen.
  3. Zet de kraan van de spuitmond open op de sproeistraalstand.
  4. Blus de brand.

Legionellapreventie

In het stilstaande water in de slang kan bij bepaalde temperaturen de legionellabacterie voorkomen. Om besmetting van legionella tegen te gaan, zijn daarom de hoofdkranen van de brandslanghaspels verzegeld. Ook worden de brandslanghaspels regelmatig na hercontrole gespoeld.

Ik wil
Antwoord op vragen over
Informatie over
Brandweer in de buurt

Bent u op zoek naar een specifieke regio?