Het Bouwbesluit 2003 stelt eisen aan de brandwerendheid van hoofddraagconstructies. Als een hoofddraagconstructie door brand bezwijkt, bezwijken namelijk ook de andere brandcompartimenten van het gebouw. Het zogenoemde kaartenhuiseffect. De hoofddraagconstructie is nauwkeurig omschreven in NEN 6702. Daarbij is een onderscheid gemaakt in utiliteitsbouw, industriebouw en woningbouw.
Utiliteitsbouw
De eisen voor hoofddraagconstructies van utiliteitsgebouwen zijn afhankelijk van de gebouwhoogte en de gebruiksfunctie.
Voor ‘slaapgebouwen’ (hotels, ziekenhuizen, gevangenissen) zijn de eisen hoger dan voor niet slaapgebouwen (kantoren, scholen, winkels). Hoe hoger het gebouw, hoe hoger de eisen, met een maximum van 120 minuten.
Vuurbelasting
Is de permanente vuurbelasting lager dan 500MJ per m² vloeroppervlak, dan zijn deze eisen 30 minuten lager. De permanente vuurbelasting is de verbrandingswaarde van alle vergunningplichtige brandbare bouwdelen. De waarde van 500 MJ komt overeen met 25 kg vurenhout. Met onbrandbare bouwmaterialen als beton en staal voldoet u altijd aan dit criterium.
Naast eisen aan de hoofddraagconstructie kunnen er ook eisen gelden voor de draagconstructie in het algemeen. Bijvoorbeeld het maken van een rookvrije vluchtroute en eisen voor branddoorslag en brandoverslag. Constructiedelen die hierbij een rol spelen moeten meestal 30 minuten brandwerend zijn.